Programma's Les Muffatti - Foto: Stéphane Puopolo Les Muffatti - Foto: Stéphane Puopolo Les Muffatti - Foto: Stéphane Puopolo  

 

ONTHAAL

AGENDA

HET ORKEST

PROGRAMMA'S

VIDEO'S

CDS

PERS

ONLINE WINKEL

FOTO'S

STEUNCOMITÉ

LINKS

PROFESSIONEEL
GEBRUIK

CONTACT

 

 

1. Bach in alle essentie Johann Sebastian & Carl Philipp Emanuel : Suite — Concerto’s — Symfonie

2. Harmonie in de verscheidenheid — Duitse orkestrale muziek rond 1700: Muffat, Mayr, Pez

3. Reinhard KEISER, Brockes-Passion

4. Water Musics — Händel, Vivaldi, Telemann

5. Giovanni Battista PERGOLESI

6. Antonio VIVALDI, Gloria e Imeneo


Bach in alle essentie >> de presentatie downloaden
Johann Sebastian (1685-1750) & Carl Philipp Emanuel (1714-1788):
Suite – Concerto’s – Symfonie voor strijkorkest

Op het programma
J. S. BACH Suite nr. 3 in D-groot (BWV 1068a) voor strijkers en basso continuo
J. S. BACH Concerto in a-klein (BWV 1041) voor viool, strijkers en basso continuo
C. P. E. BACH Concerto in Bes-groot (Wq.171) voor cello, strijkers en basso continuo
C. P. E. BACH Sinfonia in e-klein (Wq. 177) voor strijkers en basso continuo

Bezetting
viool solo, cello solo
strijkers en basso continuo (14 musici)


"Eerst in de beperking toont zich de meester". Hoe bijzonder treffend Goethes beroemde uitspraak is als beschouwing bij grote kunst wordt hier niet alleen aangetoond door de loutere kwaliteit van de voorgestelde muziek, maar bovendien bleek het idee "less is more" ook een ideale leidraad te vormen voor Les Muffatti bij het selecteren van passende werken voor dit programma.
Er is wellicht geen enkele andere familie in de westerse muziekgeschiedenis die zoveel uitmuntende musici en componisten heeft voortgebracht als de familie BACH uit Thüringen in Centraal Duitsland. Hun muzikale activiteiten omspannen de periode van het midden van de 16de tot het eind van de 19de eeuw. De enorme hoeveelheid hoogkwalitatieve muziek die ze samen produceerden, bemoeilijkt in aanzienlijke mate de taak om één enkel concertprogramma samen te stellen dat gewijd is aan verschillende leden van de familie. Les Muffatti besloten daarom om zich in tweeërlei opzicht te beperken: enerzijds door slechts twee, 18de-eeuwse Bachs te selecteren en anderzijds door alleen werken voor strijkorkest te weerhouden.
Johann Sebastians derde orkestsuite BWV 1068 is wellicht het best bekend in de feestelijke en groots opgezette versie van 1730-1731, met trompetten, pauken en hobo’s. Onderzoekers zijn het er echter over eens dat het werk ontstond te Köthen rond 1718 als een suite voor strijkers alleen, en het is zonder enige twijfel deze, meer sobere versie die Bachs affectieve nuances, ritmische contrasten en verfijnde polyfone texturen op de meest subtiele wijze uit de verf laat komen. Ook van het concerto BWV 1041 bestaan twee versies: één voor viool en strijkers, geschreven te Leipzig rond 1730, en een iets latere bewerking (Leipzig, 1738) voor klavecimbel en strijkers (BWV 1058). Het is niet zozeer de contrasterende klankkleur van het klavecimbel die we hier nodig hebben om het raffinement van Bachs beklijvende dialoog tussen solo en ripieno ten volle te kunnen beleven en naar waarde schatten, maar veeleer het vermogen van de viool om afwisselend volledig te versmelten met de tutti en er zich van te onderscheiden met lyrisch gearticuleerde frases en idiomatische, virtuoze passages; en dit is toch precies wat de retorische essentie vormt van dit concerto.
De drie concerti die Carl Philipp Emanuel oorspronkelijk componeerde voor cello en strijkers ontstonden kort na 1750, het jaar waarin zijn vader overleed en tevens het jaar dat traditioneel beschouwd wordt als het officiële einde van de barokperiode. In die context is het concerto Wq.171 wel bijzonder representatief, want de drie bewegingen ervan vormen als het ware een perfecte samenvatting van de drie belangrijkste muziekstijlen die in het postbarokke Duitsland gangbaar waren: galant, Empfindsamkeit en (ontluikende) Sturm und Drang. Wq.177, gecomponeerd in 1756, was niet alleen één van Carl Philipp Emanuels populairste symfonieën, maar aantoonbaar ook één van zijn eigen persoonlijke lievelingswerken. Het is inderdaad vooral dit onderdeel van zijn oeuvre waarmee zoon Bach demonstreert hoe goed hij de relatie begrepen had tussen zelfbeperking en vakmanschap, hoezeer hij in staat was om Natur en Kunst met elkaar te verzoenen, zoals ook Goethe het wou, en hoe moeiteloos hij ongeremde emotionele zeggingskracht hand in hand liet gaan met rationele, weldoordachte vormprincipes. Hij laat hier duidelijk zien in welke mate hij reeds was losgekomen van het cerebrale barokke ideeëngoed van zijn vader en hoe dicht hij al stond bij de esthetische idealen van de vroege romantiek.


Harmonie in de verscheidenheid >> de presentatie downloaden
Duitse orkestrale muziek rond 1700: Muffat, Mayr, Pez

Op het programma
Johann Christoph PEZ
Ouverture in Bes-groot (R. 9)
voor twee hobo’s, fagot, strijkers en basso continuo
Georg MUFFAT
Sonata nr. 5 in G-groot (Armonico Tributo)
voor twee violen, cello, strijkers en basso continuo
Rupert Ignaz MAYR
Suite nr. 1 in F-groot (Pythagorische Schmids-Füncklein)
voor strijkers en basso continuo
Georg MUFFAT Concerto nr. 6 in a-klein (Ausserlesene Instrumentalmusik)
voor twee violen, cello, strijkers en basso continuo
Johann Christoph PEZ Concerto grosso / Sinfonia in g-klein (R. 18)
voor twee hobo’s, fagot, strijkers en basso continuo

Bezetting
blazers, strijkers en basso continu (19 musici)


Dit programma is gewijd aan een scharniermoment in de Europese muziekgeschiedenis. Het feit dat de hoofdrolspelers niet beter bekend zijn en hun verwezenlijkingen dus ook niet algemener erkend worden, is zowel verassend als betreurenswaardig te noemen. Rupert Ignaz MAYR (1646-1712), Georg MUFFAT (1653-1704) en Johann Christoph PEZ (1664-1716) waren met name nog min nog meer de architecten van een esthetisch ideaal (met heel uitdrukkelijke maatschappelijke en politieke dimensies daarenboven) dat zeer snel de basis en de kern zou vormen van de 18de-eeuwse Duitse muziekstijl. Ze waren, meer bepaald, de eersten die op succesvolle wijze de versmelting van de Italiaanse en Franse compositie- en uitvoeringsstijlen realiseerden en enthousiast bepleitten. Hun inspanningen leidden tot de schepping van enkele van de meest schitterende, gevarieerde en aangrijpende orkestpartituren van de hele barokperiode.
De werken die hier op het programma staan, houden het midden tussen suites en concerto’s: Franse feestelijkheid en elegantie worden daarbij voortdurend afgewisseld met Italiaanse zangerigheid en melancholie, terwijl alles het onmiskenbare keurmerk draagt van degelijk Duits vakmanschap.


Reinhard Keiser, Brockes-Passion >> de presentatie downloaden
(Kopenhaagse versie)

Op het programma
Reinhard KEISER Der für die Sünde der Welt gemarterte und sterbende Jesus
(Brockes-Passion)

Bezetting
3 sopranen, 2 alten, 3 tenors, 3 bassen (11 zangers)
blazers, strijkers en basso continuo (22 musici)

Duur van het programme
ca. 2 uur


Wanneer het genie van twee grote kunstenaars in één enkel werk samenvloeit, dan moet het resultaat haast wel spectaculair zijn. En wanneer, door een merkwaardige kronkel van de geschiedenis, een muzikaal meesterwerk van een dergelijk niveau in moderne tijden zogoed als onuitgevoerd en nooit opgenomen blijkt te zijn, dan vormt de naderende driehonderdste verjaardag van de creatie ongetwijfeld een ideale gelegenheid voor een laat, maar des te volwaardiger eerbetoon.
Dat is precies wat de instrumentalisten van LES MUFFATTI en de zangers van VOX LUMINIS op het oog hebben met hun geplande concertreeks en CD opname van Der für die Sünde der Welt gemarterte und sterbende Jesus, een Passieoratorium libretto van Barthold Heinrich BROCKES (1680-1747) in een muzikale zetting van Reinhard KEISER (1674-1739). Het werk werd geschreven, gecomponeerd en voor het eerst uitgevoerd te Hamburg in 1712.
Brockes wordt in de Duitse literatuurgeschiedenis vooral gewaardeerd omwille van de vernieuwende rol die hij speelde gedurende het tweede kwart van de achttiende eeuw tijdens de overgang van traditionele, barokke naar meer moderne en "verlichte" esthetische idealen. Het was echter zijn eerste grote dichtwerk, een bijzonder expressief en dramatisch libretto over het lijdensverhaal van Jezus, dat hem tevens een prominente plaats opleverde in de muziekgeschiedenis. De zogenaamde Brockes-Passion genoot de hele achttiende eeuw lang een niet aflatende populariteit; er bestaan toonzettingen van niet minder dan elf Duitse componisten, onder wie ook Händel en Telemann. Dankzij de vermenging van poëtische parafrases op het Bijbelverhaal, gecompileerd uit de vier evangeliën, met nieuw geschreven contemplatieve teksten, die de persoonlijke betrokkenheid van de gelovige weergeven, kan de Brockes-Passion beschouwd worden als het archetype van het Duitse Passieoratorium. In die hoedanigheid stond het model of vormde het tenminste een belangrijke inspiratiebron voor latere en veel beroemdere meesterwerken, zoals de grote Passionen van Bach en de Engelse oratoria van Händel.
Van alle toonzettingen is Keisers versie van de Brockes-Passion niet alleen de allereerste, maar tevens degene waarin aan de grote retorische kracht en rijke afwisselingen in affecten van de poëtische tekst het zorgvuldigst gevolg gegeven wordt. Ook de volledige reeks van niet minder dan tweeëntwintig dramatis personae die in het libretto voorzien zijn, wordt hier gehonoreerd. In 1712, met reeds grofweg veertig theatrale werken op zijn palmares, werd Keiser, een wat oudere stadgenoot van Brockes, reeds algemeen beschouwd als de belangrijkste operacomponist van Duitsland – en volgens sommigen zelfs van heel Europa. De diepe dramatische impact van zijn recitatieven, de schijnbaar onuitputtelijke melodische ideeënrijkdom in zijn aria’s, zijn meesterlijke behandeling van orkestrale kleuren en zijn weerhoudendheid ten opzichte van complex contrapunt zijn de meest typische kenmerken van Keisers kunst. Dit alles, alsook enkele markante hoogstandjes op het gebied van de koorschriftuur, wordt rijkelijk"ten toon" gespreid in zijn sublieme zetting van de Brockes-Passion.
Het beschikbare bronnenmateriaal is ontoereikend om de oorspronkelijke versie van het werk, zoals die ten huize Brockes op 27 maart 1712 ten gehore werd gebracht, accuraat te reconstrueren. In 2010 echter publiceerde de Duitse uitgeverij Musica Poetica een moderne editie die hoofdzakelijk gebaseerd is op een handschrift dat bewaard wordt in de Universiteitsbibliotheek te Kopenhagen. Dit manuscript kan naar alle waarschijnlijkheid gerelateerd worden aan een uitvoering te Kopenhagen in 1721. Het is deze versie die LES MUFFATTI en VOX LUMINIS U niet zonder enige trots wensen voor te stellen.


Water Musics >> de presentatie downloaden
Georg Friedrich Händel – Antonio Vivaldi – Georg Philipp Telemann

Op het programma
Lang programma met pauze:
Georg Friedrich HÄNDEL Water Music: suites in F-groot (HWV 348) en D-groot (HWV 349)
Antonio VIVALDI motet In turbato mare irato in G-groot (RV 627)
Georg Philipp TELEMANN suite Hamburger Ebb’ und Flut in C-groot (TWV 55:C3)
   
Kort programma (ca. 1 uur) zonder pauze:
Georg Friedrich HÄNDEL Water Music (HWV 348-350)

Bezetting
mezzosopraan
blazers, strikers en basso continuo (26 musici)


Dit programma verenigt drie van de meest vernieuwende en productieve componisten van het begin van de achttiende eeuw. Georg Friedrich HÄNDEL (1685-1759), Antonio VIVALDI (1678-1741) en Georg Philipp TELEMANN (1681-1767) waren actief in respectievelijk Londen, Venetië en Hamburg. Deze drie steden waren destijds niet alleen belangrijke cultuur- en muziekcentra, maar ook maritieme grootmachten. Het hoeft dus niet te verbazen dat de drie componisten in kwestie zich vroeg of laat in hun carrière lieten inspireren door het element ‘water’. Het verschil tussen hun benaderingen is echter bijzonder fascinerend, en precies dit contrast ligt aan de basis van dit afwisselende, opgewekte en sprankelende concertprogramma.
Het meest programmatische werk is ongetwijfeld de suite Hamburger Ebb’ und Flut die Georg Philipp TELEMANN componeerde ter gelegenheid van het eeuwfeest van de Hamburgse admiraliteit in 1723. Het centrale deel van de suite bestaat uit zeven dansbewegingen waarin de belangrijkste zeewezens uit de klassieke mythologie worden opgevoerd. Dit centrale gedeelte wordt voorafgegaan door een Ouverture waarin Telemann op meesterlijke wijze achtereenvolgens de kalmte, de woestheid en de getijden van de Noordzee beschrijft met een zin voor realisme die we pas veel later opnieuw aantreffen in de romantische symfonische gedichten van de negentiende eeuw, zoals de Moldau van Bedřich Smetana. De suite wordt afgesloten op een luchtige toon, met een verwijzing naar de volkse sfeer die toen in de haven van Hamburg heerste.
In de muziek van Antonio VIVALDI is water een vaak terugkerend thema. Denken we maar aan de regendruppels in de bekende tweede beweging van L’inverno (De Winter) of aan de verschillende versies van zijn concerto La tempesta di mare. In twee motetten, In turbato mare irato en Sum in medio tempestatum, die hij allebei omstreeks 1730 componeerde, wendt Vivaldi zich tot het gebruik een "Natureingang" die in de christelijke wereld bijzonder wijdverspreid was, en waarbij de hulpeloosheid van de menselijke ziel wordt vergeleken met een kwetsbaar scheepje dat ten prooi valt aan de ontketende golven van de zee. De daarop volgende aanroeping tot de Maagd Maria, hier in haar hoedanigheid als Stella Maris (Ster der zee), baken van hoop en onfeilbare gids voor de mensheid in haar eeuwige zoektocht naar zielenrust, sluit helemaal aan bij diezelfde traditie.
Van alle barokke "watermuzieken" is de allerberoemdste ongetwijfeld die van Georg Friedrich HÄNDEL, maar het vreemde hieraan is dat water zelf in feite niet echt het thema vormt in deze briljante orkestsuites. Händels Water Music heeft die naam uitsluitend te danken aan het feit dat het werk oorspronkelijk op het water was uitgevoerd, meer bepaald op de Theems, ter gelegenheid van een Koninklijke bootvaart van Whitehall naar Chelsea, op 17 juli 1717. Alhoewel geen autograaf bewaard bleef en een eerste volledige editie op zich liet wachten tot 1788, werd Händels Water Music te London in 1734 reeds bestempeld als "celebrated" (gekend en alom geprezen). Het is wellicht de ongelooflijk rijke variatie aan gemoedstemmingen, beklemtoond nog door de bijzonder kleurvolle orkestratie van strijkers aangevuld met zangerige hobo’s, uitbundige hoorns, liefelijke dwarsfluiten, een spitse sopraanblokfluit en triomfantelijke trompetten, die dit werk van meet af aan de status verleent heeft van heuse muzikale evergreen.


Giovanni Battista PERGOLESI >> de presentatie downloaden


Op het programma
Giovanni Battista PERGOLESI Sinfonia in D-groot uit Lo frate ’nnamorato
voor strijkers en basso continuo
  Cantata da camera Nel chiuso centro (Orfeo)
voor sopraan, strijkers en basso continuo
  Concerto in Bes-groot
voor viool, strijkers en basso continuo
  Stabat mater in f-klein
voor sopraan, alt, strijkers en basso continuo

Bezetting
sopraan, alt
viool solo
strijkers en basso continuo (15 musici)


In 2010 werd de 300ste verjaardag gevierd van Giovanni Battista PERGOLESI (1710-1736), één van de weinige componisten uit de Barokperiode van wie (weliswaar slechts een handvol) werken tot op heden onafgebroken worden bewonderd en uitgevoerd. Men kan zich dus alleen maar inbeelden wat de impact van Pergolesi op de muziekgeschiedenis zou zijn geweest, indien de componist niet op 26-jarige leeftijd zou zijn overleden. De bijzonder hoge kwaliteit van zijn muzikale productie, bevat in een periode van nauwelijks zes jaar, grenst waarlijk aan het ongelofelijke voor een componist die naar verluidt bovendien te lijden had onder fysische misvorming en tuberculose, de ziekte die hem tenslotte ook fataal zou worden. Hij werd tijdens de jaren 1720 opgeleid aan het Conservatorio dei Poveri di Gesù Cristo te Napels en verwierf daarna vooral faam als operacomponist. Hij speelde met name een belangrijke rol in de vroege ontwikkeling van de opera buffa. Ook in de geestelijke muziek echter vond Pergolesi een geschikt werkterrein om zijn muzikaal genie ten volle tot ontplooiing te laten komen.
In het eerste deel van dit programma wordt aandacht besteed aan onderdelen van Pergolesis oeuvre waarmee we wellicht minder vertrouwd zijn in het moderne concertleven.
De inleidende Sinfonia is onttrokken aan de komische opera Lo frate ’nnamorato, die voor het eerst werd uitgevoerd in 1732 en meteen op ongezien enthousiaste wijze werd onthaald. Zowel de uitbundige opgewektheid van de snelle bewegingen als de ontroerende zangerigheid van het langzame deel sluiten goed aan bij de kenmerkende luchtigheid van de opera buffa.
Dat Pergolesi echter al even doeltreffend was in ernstige theatrale muziek, wordt hier aangetoond dooréén van zijn allerlaatste werken: de cantate Nel chiuso centro (Orfeo) die zonder meer kan beschouwd worden als een soort beknopte opera seria, vol contrasterende diepmenselijke affecten en de daarbij horende compositorische technieken.
Het briljante concerto voor viool in Bes-groot, één van de weinige instrumentale werken die überhaupt van Pergolesi bewaard bleven, herinnert ons aan het feit dat de componist op de eerste plaats als violist was opgeleid. De twee snelle bewegingen zijn geschreven in de typisch Napolitaanse galante stijl van de ontluikende symfonie, terwijl de tweede beweging, een langzame siciliana, verwijst naar de pathetiek van de opera.
In de loop van de geschiedenis heeft het Stabat Mater componisten herhaaldelijk geïnspireerd tot het schrijven van enkele van de meest ontroerende en beklijvende muziekwerken. Op zich is dit wellicht geen verrassing gezien het feit dat de hele tekst gebouwd is rond kernwoorden zoals pijn, tranen, zuchten, triestheid, vernietiging, kwelling en dood. Hoe kan men overigens onverschillig blijven bij het lijden van een moeder die getuige is van de doodstrijd van haar zoon? Pergolesis zetting van het Stabat Mater is zonder enige twijfel één van de meest beroemde: het is ook een bijzonder dramatische zetting, in matuur galante stijl, sierlijk en gedistingeerd en vol intensieve emotie.


Antonio VIVALDI, Gloria e Imeneo >> de presentatie downloaden


Au programme
Antonio VIVALDI Gloria e Imeneo (Venetië, 1725)

Bezetting
mezzosopraan, alt
strijkers en basso continuo (17 musici)

Duur van het programma
Het werk duurt 65 minuten zonder pauze. Dit programma kan echter desgewenst ook uitgevoerd worden
in twee delen, aangevuld met enkele instrumentale werken van Vivaldi.


Tijdens de jaren 1720 componeerde Antonio VIVALDI, toen reeds één van Italiës bekendste en meest gegeerde componisten, drie serenate ter ere van het Franse koningshuis. Eén ervan, in een zetting voor mezzosopraan, alt en strijkorkest, is het werk dat nu gekend staat onder de naam Gloria e Imeneo. De precieze titel — alsook de originele inleidende sinfonia — is echter niet gekend omdat het eerste katern in het oorspronkelijke manuscript ontbreekt. Wel is geweten dat Gloria e Imeneno besteld werd ter gelegenheid van het huwelijk van Lodewijk XV met de Poolse prinses Maria Leszczynska en uitgevoerd werd op de avond van 12 September 1725 in de tuin van de Franse ambassade te Venetië. Zoals dit bij de meeste serenate destijds het geval was, is ook hier niet echt sprake van een echt plot. De twee protagonisten, met name Hymen, de God van het huwelijk en Gloria, de personificatie van de eeuwige roem, wedijveren slechts in het bejubelen van de briljante en nu dus verzekerde toekomst van de Franse monarchie en in het toesturen van gelukwensen, in de meest bloemrijke bewoordingen, aan het jonge Koninklijke koppel.
Het toch wel duidelijke gemis aan dramatische inhoud in het libretto van Gloria e Imeneo wordt ruimschoots gecompenseerd door de bijzonder hoge kwaliteit van de muziek. We hebben hier namelijk te maken met VIVALDI op zijn allerbest: zo wisselen in de aria's virtuositeit, elegantie, ontroering en dramatische zeggingskracht met elkaar af zoals dit enkel in zijn sterkste opera's het geval is. Enkele aria's krijgen zelfs zonder meer het allure van heuse meezingers, zoals de onvergetelijke melodieën uit zijn bekendste concerti. De recitatieven daarentegen zijn kort en pittig en leiden geenszins de aandacht af van wat voor VIVALDI en zijn Franse sponsoren hier duidelijk de hoofdbedoeling was: een dik uur lang genieten van zalige, spetterende en meeslepende Barokmuziek.



 
   
Laatst gewijzigd: 20.12.12
Webmaster: la clef asbl - www.la-clef.be